Levend verleden

11 Marine Elektronisch en Optisch Bedrijf

Het MEOB (Marine Elektronisch en Optisch Bedrijf) was een onderhoudsbedrijf met voornamelijk de Koninklijke Marine als klant. Naast de elektronische apparatuur, zoals radio- en radarapparatuur voor schepen en vliegtuigen, werden er optische instrumenten gerepareerd en onderhouden. Het bedrijf werkte nauw samen met het bedrijfsleven en TNO. Door reorganisaties binnen de krijgsmacht werden diverse onderhoudsbedrijven samengevoegd, en moest het bedrijf in Oegstgeest gaan samenwerken met de bedrijven in Den Helder. In 1996 werd besloten het MEOB te verplaatsen naar Den Helder.

In 2006 werden de gebouwen gesloopt. De grond werd in 2007 gesaneerd c.q. bouwrijp gemaakt. Op 9 december 2015 werd Consortium A44 opgericht die in overleg trad met de Rijksoverheid en de gemeente Oegstgeest. Op 2 juni 2017 kocht Consortium A44 het voormalige MEOB-terrein van de gemeente Oegstgeest. Het nieuwe bedrijventerrein kreeg de naam “De Boeg”. In 2020 openden de eerste bedrijven hun vestiging op de BOEG.

In augustus 2017 vond, voor de vrijgave van het terrein, archeologisch onderzoek plaats. Er werd een groot aantal waterputten gevonden: 35 in totaal op een terrein van ca. 0,5 ha. Vermoedelijk heeft in de directe omgeving een nederzetting gelegen, iets ten noordwesten op de flank van de strandwal. Het is duidelijk dat deze plek in de late Prehistorie, Romeinse Tijd en Middeleeuwen intensief gebruikt werd voor waterwinning.

Luchtfoto MEOB
Hoofdgebouw
Wachthuisje
De BOEG
Waterput met wagenwiel en trechtervormige plaggenbeschoeiing

Aanvullende informatie

In de mobilisatietijd voor de Tweede Wereldoorlog besloot de Koninklijke Landmacht om munitiemagazijnen te bouwen op strategische plaatsen in Nederland. In Oegstgeest bouwde de genie op dit terrein in korte tijd een aantal gebouwtjes met de uitstraling van een boerderij, om ze vanuit de lucht niet te laten opvallen. Deze zijn als zodanig nooit in gebruik genomen, omdat nog voor de oplevering de oorlog uitbrak. De Duitse bezetter nam het complex in beslag en de Kriegsmarine breidde het drastisch uit, met onder andere een schietbaan, stallen (er werden door de Duitsers nog veel paarden gebruikt) en een imposant gebouw met muren van een meter dik. Dit ‘gebouw A,’ zoals het werd genoemd, had aan de achterzijde een loods met spoorrails waarop grote kanonnen (kustgeschut dat naar een voorganger uit de Eerste Wereldoorlog ‘Dikke Bertha’ werd genoemd) voor onderhoud naar binnen konden worden gereden vanaf de achtergelegen spoorlijn Leiden-Haarlem. Dat was althans de bedoeling, maar zover is het nooit gekomen. Voordat het spoortje kon worden aangelegd, was de oorlog afgelopen.

De Nederlandse marine besloot in de geest van 1945 om het terrein te ‘kraken.’ De marine had dringend behoefte aan een zendstation voor de radioverbindingen met Oost- en West-Indië. Met hulp van gedetineerden uit de Scheveningse gevangenis werden de gebouwen schoongemaakt, opgeruimd en in gebruik genomen. Al gauw was de Marine Radiodienst in wederopbouw. Dat bedrijf zat sinds 1904 in Amsterdam op Kattenburg, en moest na de oorlog weer helemaal opnieuw worden opgezet. In 1950 was het bedrijf uitgegroeid tot een elektronisch onderhoudsbedrijf met enige wereldfaam en noemde het zich Marine Elektronisch Bedrijf. De naam werd op 1 april 1978, na de fusie met het optische onderhoudsbedrijf uit Wassenaar, gewijzigd in MEOB. Inmiddels waren alle losse stukken grond samengevoegd tot één groot terrein, waar een aantal oude panden was gesloopt om plaats te maken voor modernere gebouwen. ‘Gebouw A’ moest het veld ruimen voor de werkplaatsen die van het marine complex de Maaldrift uit Wassenaar kwamen. Het nieuwe gebouw werd er dwars op gezet en had als opvallend punt een toren, waar de periscopen van onderzeeboten in konden worden opgehangen. Je kon daarmee over de duinen heen naar zee kijken.