Levend verleden

03 Overdorp en de schaal van Oegstgeest

In Nieuw-Rhijngeest bevond zich in de 6e en 7e eeuw een relatief grote nederzetting met de naam Overdorp. Er hebben in de loop der tijd enige tientallen woonstalhuizen van ongeveer 6 × 20 meter gestaan, verdeeld over vier ‘wijken’ die door geulen gescheiden waren maar door dammen en bruggen met elkaar verbonden. De bijgebouwen lijken vaak een verhoogde vloer te hebben gehad, kennelijk ter bescherming tegen het water, maar ook tegen ongedierte. Langs de Oude Rijn zijn honderden meters kadewand aangetroffen met daarin boothellingen voor het in en uit het water halen van schepen.

Het dorp was dus op het water georiënteerd. In het begin van de 8e eeuw werd echter de wateroverlast onhoudbaar, waardoor eerst de lagere delen van Overdorp moesten worden verlaten, en tenslotte het hele dorp.

Er zijn bijzondere archeologische vondsten gedaan, zoals graven van kostbaar uitgedoste vrouwen met hun honden en twee ritueel ter aarde bestelde paarden. Het meest spectaculair is een schaal van in de loop der eeuwen zwart geworden zilver met aan de binnenkant in goud uitgevoerde afbeeldingen van dieren die elkaar achtervolgen. De schaal moet in de 4e eeuw ergens in zuidoost Europa gemaakt zijn. In de 6e eeuw zijn er door een goudsmid uit Kent verguld zilveren beslagstukken aan bevestigd, net als een grote met juwelen bezette gouden schijf op de bodem. De schaal is kennelijk als offer in de bodem terechtgekomen, is nu te zien in het Rijksmuseum van Oudheden en staat bekend als de ‘Schaal van Oegstgeest’.

Opgravingen Overdorp
Vondst van de schaal
De scherven en het resultaat

Aanvullende informatie

De ‘Schaal van Oegstgeest’ dateert uit de vierde of vijfde eeuw en is, gelet op de decoraties, afkomstig uit Oost-Europa of de oostkust van de Middellandse Zee, mogelijk Byzantium. In latere tijden is het beslag erop aangebracht; dit is, gelet op de vorm ervan, gebeurd in het Germaanse Rijnlandgebied. Het is gemaakt van verguld zilver. De beslagstukken zijn in grote lijnen gelijkvormig maar zeker niet gelijk. Onderaan zijn mensen- of monsterkoppen te zien. Het goud is ingelegd met granaat, een halfedelsteen uit India of Pakistan. De vormgeving van de beslagstukken is uitbundig te noemen.

Langs het water met kadewanden over een lengte van enige honderden meters, bedoeld om schepen aan te meren, zijn palen aangetroffen. Dit zijn vermoedelijk meerpalen, van een zodanige lengte en dikte dat die alleen maar met behulp van een heistelling de grond in gedreven kunnen zijn. In de kade waren openingen uitgespaard waarachter zich iets bevond dat eruitzag als een botenhelling. Haaks op de beschoeiing zijn de staanders van een brug of een aanlegsteiger gevonden. Een door een rivierhandelaar verloren gouden munt werd in de kadewand teruggevonden. Ook zijn er restanten van een grote opslagloods aangetroffen. Hergebruikt als puthout zijn delen van scheepshout gevonden die zijn geïnterpreteerd als onderdelen van een vijf à zes meter lange boomstamkano die afkomstig was uit het Duitse achterland. Veder zijn twee dammen aangetroffen die bescherming moesten bieden tegen opdringend Rijnwater. De grootste dam bestond uit een grote hoeveelheid kleiplaggen die waren gestapeld tussen twee dubbele rijen palen waartussen vlechtwerk was aangebracht. Op de bodem van de geul, onder de kleiplaggen, lagen takkenmatten. Al deze waterstaatkundige werken moeten met een groot aantal arbeidskrachten tot stand zijn gebracht, veel meer dan enkel het dorp kon opbrengen, onder een centrale leiding.

Naast de flinke woonstalhuizen van 20x6 meter was een groot aantal bijgebouwen te vinden. Ook zijn er honderden putten en kuilen gevonden die voor allerlei doeleinden werden gebruikt: waterput, opslag, afval. De wanden van de waterputten waren gemaakt van wijntonnen of hergebruikte delen van schepen. Waterputten die onbruikbaar werden veranderden in afvalputten. Daarin is veel huishoudelijk afval gevonden, zoals gebroken aardewerk, voor een klein deel nog handgemaakt in de nederzetting zelf, voor het grootste deel gedraaid, afkomstig van stroomopwaarts gelegen productiecentra in het Rijnland. Ook is op Angelsaksische wijze versierd aardewerk gevonden. Een houten drinknap is eveneens aangetroffen, evenals een van handvatten voorziene en fraai bewerkte houten trog; een soort dienschaal lijkt het wel. Ander houten vaatwerk is ook gevonden; de indruk bestaat dat dit een veel grotere rol speelde dan tot nu toe werd vermoed: het meeste is in de grond vergaan, in tegenstelling tot het aardewerk dat in veel grotere hoeveelheden is overgebleven.

Bij de kade is de opmerkelijke vondst gedaan van de oudste schoenleesten van Nederland. Het waren er twee, van esdoornhout, maat 41- 42, beide voor een rechterschoen. De leesten, waarop de schoenen binnenstebuiten werden genaaid, werden met leren passtukken aangepast voor de maat die nodig was, en ook om ze geschikt te maken voor een linkerschoen.

Er is geen grafveld aangetroffen – dat zou bijvoorbeeld onder de A44 kunnen liggen, of men begroef op het grafveld in Rijnsburg – maar wel een aantal bijzondere begravingen. Aan de landzijde van het dorp lag een paardenbegraving, een andere nog zeer bijzondere lag in het midden van het dorp. In deze zijn twee volgetuigde paarden ter aarde besteld.