Levend verleden

02 De blauwe tram

Je staat hier bij de verdwenen splitsing van de Deutzstraat en de voormalige Schoolstraat. De foto toont het laatste stukje van de zeer smalle Schoolstraat waar de trams van Katwijk en Noordwijk naar Den Haag zich doorheen moesten ‘persen’.

Eind 19e eeuw werden vanaf de stations tramlijnen aangelegd om het achterland beter toegankelijk te maken. In 1881 werden in Oegstgeest twee stoomtramlijnen geopend: een lijn van Leiden naar Haarlem en een lijn tussen Leiden en Katwijk. Op de laatste zou later een lijn naar Noordwijk aansluiten.

Een verordening uit 1895 over het rijden van de stoomtram door de buurten bepaalde dat de machinisten de snelheid moesten beperken tot 6 kilometer per uur en dat een medeweker van de tramwegmaatschappij met een witte vlag in de hand minstens 6 meter voor de tram uit moest lopen. ’s Avonds moest dat een helder brandende lantaarn zijn. Toch zouden in de loop van de jaren de nodige ongelukken gebeuren.

In 1911 werd de lijn naar Katwijk/Noordwijk geëlektrificeerd, in 1933 ook die naar Haarlem. Er was niet alleen een bovenleiding nodig, maar ook een verdubbeling van het spoor. Omdat de Leidsestraatweg en de Geverstraat niet breed genoeg waren werd de Zandsloot gedempt. Het eind van de Geversstraat was echter ook toen nog te smal. De aanvankelijk bedachte oplossing was het extra spoor via de Rhijngeesterstraatweg en het Wilhelminapark naar de Geversstraat te leiden, maar daar verzette burgemeester Van Griethuijsen zich fel tegen. Resultaat: het tramspoor kwam in de smalle Schoolstraat te liggen (nu afgebroken) en liep via de Deutzstraat naar de Geversstraat.

Spoor van rechts komt uit Rijnsburg en gaat naar links de Schoolstraat in.
Spoor komt vanuit de Schoolstraat, gaat linksaf de Deutzstraat in en daarna rechtsaf naar de Geverstraat
Stoomtram in Dorpsstraat
Tram naar Haarlem bij de Groene kerk
Stadstram in Geverstraat

Aanvullende informatie

In 1911 werden voor de elektrificatie kilometers rails gelegd. Vanaf Leiden via de Rijnburgerweg en de Geverstraat konden de trams gebruik maken van hetzelfde spoor. Daarna ging de Haarlemse tram de Rhijngeesterstraatweg op, waarna hij via de Dorpsstraat en de brug over het kanaal richting Sassenheim Oegstgeest verliet. De Katwijkse tram sloeg bij de Deutzstraat linksaf om via een ‘veldspoor’ richting Rijnsburg te gaan. Langs dit traject is later de Rijnzichtweg aangelegd. In 1934 werd voor de lijn naar Rijnsburg het spoor in het smalle gedeelte van de Geverstraat verdubbeld en boog voor de kerk naar de Rijnzichtweg. De lijn voor de tram van Rijnsburg naar Leiden via de Rhijngeesterstraatweg, Schoolstraat en Deutzstraat bleef gehandhaafd.

In 1919 kwam er een lijn van de Leidse stadstram bij. Deze kleine blauwe tram reed aanvankelijk van de Hoge Rijndijk tot aan de Leidse buurt. Toen in 1949 de lijn naar Haarlem werd opgeheven reed de tram door tot aan de Dorpsstraat. In 1964 werd deze stadstram opgeheven, de bussen namen het vervoer van de passagiers over.

Meer over de Blauwe Tram.